Die bibliotheekrecensenten kletsen ook maar wat. Zo staat er in de
Aquabrowser van Utrechtse bibliotheken over dit boek:
Het is heel fantasievol (1) en stelt tegelijkertijd een probleem centraal: is het prettig om steenrijk te zijn? Wat doe je met al dat geld? Elvis probeert dat probleem op creatieve wijze op te lossen. Als lezer leef je intens met hem mee. Het boek stelt net als in de boeken van Annie M.G. Schmidt en Astrid Lindgren sterke vrouwen en meisjes centraal (2). De ouders zijn op de achtergrond aanwezig (3).
Bij 1: wanneer in het boek een nieuw warenhuis geopend wordt, gebruikt het warenhuis exact gekopieerde reclameslogans. Hoezo fantasievol?
Bij 2: Elvis is toch echt een jongetje.
Bij 3: de moeder speelt een belangrijke rol in dit verhaal.
Verder durft de recensent te beweren dat de karakters zo goed zijn uitgewerkt. Dat geldt wel voor Elvis en in mindere mate voor zijn moeder, vind ik, maar alle andere rollen in dit verhaal zijn weggelegd voor karikaturen. En prettig om te lezen? Ja, heldere zinnen, geen overdreven populair taalgebruik, korte hoofdstukken. Het stoorde mij echter dat elk hoofdstuk vragen bij me opriep die nergens worden beantwoord. Zo begrijp ik niet dat een opa die al zo rijk is, een warenhuis opricht. En waarom wil Elvis' moeder niets kwijt over de vader van Elvis? En waarom heeft het geheime genootschap zo'n merkwaardige naam? Worden die vragen in deel 3 beantwoord?
Deel 2 geeft in elk geval een antwoord op de vraag die iedereen zichzelf wel eens stelt: hoe is het om ineens stinkend rijk te zijn? Knap ingewikkeld.